Inleiding
Zaterdag 15 augustus 2026 gaat de Cyberbeveiligingswet (Cbw) officieel van kracht. Daarmee zet Nederland de Europese NIS2-richtlijn om in nationale wetgeving. Ruim 8.000 organisaties krijgen te maken met nieuwe verplichtingen.[1] Zo moeten deze organisaties risico’s beoordelen, passende beveiligingsmaatregelen nemen, significante incidenten melden en zich registreren in het nationaal entiteitenregister.[2] Ook het bestuur krijgt nadrukkelijk een rol.
Maar laten we de wet eens niet bekijken vanuit het perspectief van de organisatie of de toezichthouder. Laten we aan de andere kant van het scherm gaan zitten. Wat zijn de gevolgen voor hackers wanneer organisaties aan de Cyberbeveiligingswet voldoen?
[1] Het gaat om organisaties in 18 kritieke sectoren die essentiële of belangrijke diensten verlenen. Denk onder meer aan energie, zorg, vervoer, digitale infrastructuur, drinkwater en overheid.
[2] Registratie als essentiële of belangrijke entiteit vindt plaats in het nationaal entiteitenregister van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC).
Een hacker zoekt geen uitdaging, maar opbrengst
Het beeld in films van de briljante hacker die nachtenlang probeert één zwaarbeveiligd systeem te kraken, klopt meestal niet. Veel cybercriminelen werken bedrijfsmatig. Zij zoeken naar schaalbare aanvallen, bekende kwetsbaarheden, gestolen wachtwoorden en medewerkers die zich onder tijdsdruk laten misleiden. Hoe eenvoudiger de toegang en hoe groter de mogelijke opbrengst, hoe aantrekkelijker het doelwit.
Daarom is cyberbeveiliging ook een economisch vraagstuk. Een organisatie hoeft niet onhackbaar te worden, dat is simpelweg onmogelijk. Zij moet de inspanning en het risico voor een aanvaller vergroten en tegelijkertijd de mogelijke opbrengst verkleinen. Precies daar kan de Cyberbeveiligingswet een verschil maken.
Wie zijn zwakke plekken kent, kan ze sluiten
Een belangrijk onderdeel van de Cyberbeveiligingswet is de zorgplicht.[1] Deze verplicht organisaties om passende maatregelen te nemen om de risico’s voor hun cyberbeveiliging te beheersen. De zorgplicht begint met een risicoanalyse.[2] Dat klinkt administratief, maar voor een hacker heeft het praktische gevolgen. Een organisatie die haar kroonjuwelen kent, weet welke systemen, gegevens en processen extra bescherming nodig hebben. Zij weet ook welke dreigingen waarschijnlijk zijn en welke kwetsbaarheden als eerste moeten worden aangepakt.
Door het nemen van maatregelen verdwijnen veel voor de hand liggende ingangen. Zo kan verouderde software worden bijgewerkt, worden onnodig openstaande verbindingen gesloten, krijgen accounts alleen de noodzakelijke rechten en kunnen kritieke systemen worden gescheiden van minder gevoelige omgevingen. Een aanvaller kan dan niet meer via één vergeten account of slecht beheerde laptop ongehinderd door het hele netwerk bewegen.
De zorgplicht maakt de eerste stap van de aanval moeilijker. De Cyberbeveiligingswet schrijft hiervoor tien zorgplichtmaatregelen voor, waaronder risicoanalyse, incidentrespons, bedrijfscontinuïteit, ketenbeveiliging, cyberhygiëne en toegangsbeheer.
[1] Artikel 21 Cbw.
[2] Artikel 21 lid 3 sub a Cbw.
Gestolen wachtwoorden verliezen hun waarde
Veel aanvallen beginnen niet met geavanceerde malware, maar met een geldig wachtwoord. Phishing, wachtwoordhergebruik en gelekte inloggegevens geven criminelen een ingang die er voor beveiligingssystemen soms uitziet als normaal gebruik.
Goed toegangsbeleid zorgt ervoor dat gestolen wachtwoorden minder waardevol worden voor aanvallers.[1] Zo maakt meerfactorauthenticatie een gestolen wachtwoord op zichzelf minder bruikbaar en beperken functiegerichte autorisaties wat een gehackt account kan bereiken. Door accounts van oud-medewerkers en voormalige leveranciers tijdig in te trekken, wordt bovendien voorkomen dat zij toegang houden tot systemen. Logging en monitoring helpen tot slot om afwijkend gedrag snel te signaleren.
Voor een hacker betekent dit: meer barrières, minder bewegingsruimte en een grotere kans om ontdekt te worden.
[1] Artikel 21 lid 3 sub g jo. 21 lid 3 sub i Cbw.
Ransomware verliest een deel van haar drukmiddel
Ransomware is effectief wanneer een organisatie afhankelijk is van systemen die niet snel kunnen worden hersteld. De aanvaller versleutelt bestanden, legt processen stil en rekent op paniek. Zonder bruikbare back-ups of een getest herstelplan, kan betalen al snel als enige uitweg worden gezien.
De Cyberbeveiligingswet verlangt dat organisaties nadenken over bedrijfscontinuïteit, back-upbeheer, herstel en crisisbeheersing.[1] Wanneer back-ups actueel en getest zijn, neemt de macht van de aanvaller af. De organisatie kan dan nog steeds hinder en schade ondervinden, maar is minder afhankelijk van de sleutel of belofte van de aanvaller.
[1] Artikel 21 lid 3 sub c Cbw.
De leveranciersroute wordt smaller
Een organisatie kan haar eigen beveiliging goed regelen en toch kwetsbaar blijven via een IT-dienstverlener, softwareleverancier of andere ketenpartner. Aanvallers weten dat. Een zwakke leverancier kan toegang bieden tot tientallen of honderden klanten.
De Cyberbeveiligingswet verplicht organisaties om ook risico’s in de toeleveringsketen mee te nemen.[1] Daardoor zullen Cbw-organisaties hogere beveiligingseisen stellen, afspraken vastleggen, toegangsrechten beperken en leveranciers kritischer beoordelen. De wet werkt dus op deze manier indirect door naar organisaties die zelf niet binnen de formele reikwijdte vallen.
Voor hackers betekent dit dat een geliefde omweg minder betrouwbaar wordt. De leverancier blijft een mogelijk doelwit, maar een succesvolle aanval leidt minder vanzelfsprekend tot onbeperkte toegang tot alle klanten.
[1] Artikel 21 lid 2 sub d Cbw.
Sneller melden maakt herhaling minder effectief
Significante incidenten moeten zo snel mogelijk door de organisatie worden gemeld bij het Computer Security Incident Response Team (CSIRT) en de toezichthouder (AP). Dit moet in ieder geval binnen 24 uur nadat het incident is waargenomen. Dat helpt niet alleen de getroffen organisatie. Informatie over aanvalsmethoden, kwetsbaarheden en indicatoren kan ook worden gebruikt om andere organisaties te waarschuwen.
Voor cybercriminelen verkort dit de periode waarin dezelfde aanval ongemerkt bij meerdere slachtoffers kan worden herhaald. Zodra een werkwijze bekend is, kunnen organisaties hun detectie aanscherpen, kwetsbaarheden verhelpen en verdachte infrastructuur blokkeren.
De winst zit dus niet alleen in de beveiliging van één organisatie, maar in het vergroten van de collectieve weerbaarheid.
De mens blijft een ingang
Zelfs wanneer techniek, processen en contracten goed zijn ingericht blijft menselijk gedrag relevant. Een overtuigende phishingmail, een onverwacht telefoontje of een verzoek van een ogenschijnlijke bestuurder kan voldoende zijn om beveiligingsmaatregelen te omzeilen.
Daarom noemt de zorgplicht niet alleen technische maatregelen, maar ook cyberhygiëne en opleiding.[1] Medewerkers moeten niet alleen weten dat phishing bestaat. Zij moeten verdachte situaties leren herkennen, weten waar zij moeten melden en ervaren hoe gemakkelijk kleine handelingen informatie prijsgeven.
Dat is precies wat we bij Privacy1 tastbaar maken met Hack The Room. In deze privacy-escaperoom kruipen deelnemers zelf in de huid van een hacker. Ze ontdekken hoe informatie uit een onbeheerd document, een niet vergrendeld scherm, social media of menselijk vertrouwen kan worden gecombineerd tot een aanval. Zo wordt veilig omgaan met gegevens geen abstracte instructie, maar een ervaring die blijft hangen.
[1] Artikel 21 lid 3 sub g Cbw.
Maakt de wet hacken onmogelijk?
Nee. Ook een organisatie die aantoonbaar aan de Cyberbeveiligingswet voldoet, kan worden getroffen. Nieuwe kwetsbaarheden, menselijke fouten en gerichte aanvallen blijven bestaan. Cyber compliance is geen eenmalig certificaat, maar een doorlopend proces. Risicoanalyses, beveiligingsmaatregelen, oefeningen en controles moeten voortdurend worden uitgevoerd en bijgesteld.
Maar wanneer alle betrokken organisaties de wet serieus uitvoeren, verandert het speelveld wel degelijk. Hackers vinden minder eenvoudige ingangen en worden eerder opgemerkt. Aanvallen kosten meer tijd en geld, terwijl de kans op succes en opbrengst daalt.
De Cyberbeveiligingswet bouwt dus geen muur, maar zorgt voor meerdere gesloten deuren, betere sloten, alerte mensen en een organisatie die weet wat zij moet doen wanneer iemand toch binnenkomt.
Benieuwd hoe jouw team reageert als het zelf even in de huid van een hacker kruipt? Boek dan Hack The Room van Privacy1 en ontdek op een interactieve manier hoe kleine signalen kunnen uitgroeien tot een serieus beveiligingsrisico.
Geschreven door Fleur Kollmer, privacy- en IT-jurist.
13 augustus 2026
Wil je jouw organisatie privacy-volwassen maken of heb je vragen over gegevensbescherming?
Neem vrijblijvend contact met ons op en ontdek hoe Privacy1 je kan helpen.
Neem contact met ons op








