Het grondslagen-oerwoud in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) – Privacy1 Skip to content

Het grondslagen-oerwoud in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

Een blog over de wettelijke plicht, het algemeen belang/ de publieke taak, het  gerechtvaardigd belang en het zwaarwegend algemeen belang.

Dat organisaties gegevens kunnen verwerken op basis van één van de zes grondslagen uit  art. 6 lid AVG, te weten met toestemming van de betrokkene (a) of om een overeenkomst  uit te voeren (b) is vaak nog wel te verantwoorden, al zitten er meer haken en ogen aan de  grondslag ‘toestemming’ dan men vaak denkt, maar dat terzijde. 

Op het moment dat de verwerking gebaseerd wordt op de grondslag ‘gerechtvaardigd  belang’ (f) wordt het al snel minder duidelijk. Zo bleek onlangs uit de zaak Voetbal TV die de  boete opgelegd door de Autoriteit Persoonsgegevens betwistte en waarvan de rechter van  oordeel was dat deze niet betaald hoefde te worden. De Autoriteit Persoonsgegevens  (hierna: AP) moest haar huiswerk over de toepassing van de grondslag ‘gerechtvaardigd  belang’ overdoen. Nog verwarrender wordt het als we de normuitleg van de AP over het  gerechtvaardigd belang er bij pakken. De normuitleg lijkt namelijk punten te bevatten die  meer passen bij één van de uitzonderingen op het verbod uit art. 9 AVG om bijzondere  persoonsgegevens te kunnen verwerken, namelijk het ‘zwaarwegend algemeen belang’. 

Dan hebben we nog de grondslagen ‘wettelijke verplichting’ (art. 6 lid 1 onder c AVG) en  ‘algemeen belang of taken in het kader van openbaar gezag’ (art. 6 lid 1 onder e AVG). Deze twee grondslagen worden in één en dezelfde overweging (45) van de AVG uitgewerkt. Een  belangrijk aspect van de grondslagen ‘wettelijke verplichting’ en ‘algemeen belang of  openbaar gezag’, maar ook de uitzondering om gegevens te verwerken op basis van  ‘zwaarwegend algemeen belang’, is hoofdzakelijk gelegen in een wettelijke basis. Daarnaast  moet uiteraard altijd nog de noodzaak aangetoond worden. Bij het beoordelen van die  noodzaak staan de volgende vragen centraal:

1. Staat de verwerking en de eventuele gevolgen in verhouding met het beoogde doel (proportionaliteit)?

2. Zijn er geen minder ingrijpende middelen voorhanden (subsidiariteit)? Een dergelijke evenredigheidstoets is nodig om te kunnen beoordelen of de inbreuk op de  betrokkene gerechtvaardigd is ten opzichte van de belangen van de verantwoordelijke.

Het is niet altijd even duidelijk wat als een ‘zwaarwegend algemeen belang’ beschouwd mag  worden, er is immers nog onvoldoende over geschreven. Uit overweging 52 van de AVG komt  nog wel een aantal voorbeelden naar voren. De Nederlandse wetgever beschouwt bepaalde  belangen in ieder geval als een zwaarwegend algemeen belang daar hij in de artikelen 23 en  25 t/m 30 UAVG uitzonderingen heeft gecreëerd op het verbod in art. 9 AVG.

Wat is het verschil tussen de uitzonderingsgrond zwaarwegend algemeen belang  en de grondslag algemeen belang? 
Het belangrijkste verschil tussen deze twee begrippen is de functie en plaats die ze in de AVG  innemen. Daar waar het zwaarwegende algemeen belang wordt gebruikt als uitzondering op  het verbod van het verwerken van bijzondere categorieën, wordt de “taak van algemeen belang” gebruikt als een grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens. Daarnaast is het evident dat de Europese wetgever een lagere drempel heeft willen opwerpen voor het verwerken van “reguliere” categorieën van persoonsgegevens dan voor het verwerken van bijzondere categorieën van persoonsgegevens. Zoals al eerder aangegeven wordt niet exact duidelijk wat “zwaarwegend” inhoudt maar wel dat dit wijst naar een aanwijzing voor de wetgever om een goed gemotiveerde beslissing te nemen alvorens een uitzondering te creëren. 

In overweging 45 van de AVG wordt uitgelegd dat niet elke verwerking in het kader van het algemeen belang expliciet hoeft te zijn uitgewerkt in het lidstatelijke recht. Het zwaartepunt ligt immers op de beschrijving van het algemeen belang in het recht. Het is dan uiteindelijk aan de verwerkingsverantwoordelijke om te beargumenteren waarom de verwerking noodzakelijk is  ten dienste van dat algemene belang. 

Hoe verschilt het zwaarwegend algemeen belang van het gerechtvaardigde  belang? 
In de normuitleg ‘gerechtvaardigd belang’ beschrijft de AP de grondslag ‘gerechtvaardigd  belang’. Zo wordt bijvoorbeeld een “zuiver commercieel belang” expliciet niet onder een  gerechtvaardigd belang geschaard.1 Dit is opmerkelijk, aangezien in overweging 47 van de  AVG dit belang expliciet wel wordt genoemd. De AP schrijft verder dat een belang uitsluitend  als gerechtvaardigd mag worden gezien indien “(…) die belangen in (algemene) wetgeving of  elders in het recht zijn enoemd als een rechtsbelang.”2 In de daaropvolgende alinea schrijft  de AP dat het gerechtvaardigde belang een soort uitbreiding vormt op de grondslagen  wettelijke plicht en taak van algemeen belang, waar de toepasselijke rechtsregel “(…) voor de  betrokkene niet (voldoende) duidelijk en nauwkeurig over de verwerking van  persoonsgegevens” is.3 
Deze lezing van de AP lijkt haaks te staan op overweging 47 van de AVG waarin staat dat “(…) ‘direct marketing’ kan worden beschouwd als uitgevoerd met het oog op een gerechtvaardigd  belang.” ‘Direct marketing’ wordt immers in de meeste gevallen vanuit een louter  commercieel oogpunt ingezet. De beschrijving die de AP over het gerechtvaardigde belang  geeft lijkt dan ook meer op een beschrijving die men bij een normuitleg over de uitzondering  ‘zwaarwegend algemeen belang’ zou verwachten. 

In de zaak tussen Voetbal TV en de AP werd dit standpunt nog eens bevestigd. De Rechtbank  Midden-Nederland oordeelde dat het enkele feit dat een belang “louter commercieel”  karakter heeft dit niet per definitie betekent dat een belang niet gerechtvaardigd is.4 Dat een  gerechtvaardigd belang uitsluitend uit de wet moet volgen, was volgens de Rechtbank  eveneens geen sprake. Daarbij volgt de rechtbank de conclusie van de Advocaat-Generaal van  het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Rīgas satiksme.5 De A-G vat het begrip  ‘gerechtvaardigd belang’ ruim op aangezien het ook in de richtlijn, en nu in de AVG, niet  gedefinieerd is.

Een belangenafweging is een belangrijk onderdeel van de toets of de verwerking voor een  specifiek doel rechtmatig kan zijn. Maar wanneer wordt welke grondslag nu ingezet en waar  moet de belangenafweging aan voldoen? Deze blog heeft aangetoond dat daarover nog  geen eenduidigheid bestaat. We werken momenteel aan een artikel die door de bomen het  bos weer gaat zien en houden jullie daarover graag op de hoogte. Wordt vervolgd dus… !

De grondslagen worden in één van de modules van de opleiding tot ‘Certified Privacy  Professional Europe (CIPP/E)’ behandeld. Wil je gegronde kennis opdoen over deze grondslagen, hun verschillen en nog veel meer essentiële informatie over privacy in Europa? Kijk dan hier voor meer  informatie of schrijf je direct in!

1 Autoriteit Persoonsgegevens, Normuitleg grondslag ‘gerechtvaardigd belang’, maart 2020, p.4.
2 Autoriteit Persoonsgegevens, Normuitleg grondslag ‘gerechtvaardigd belang’, maart 2020, p.2.
3 Autoriteit Persoonsgegevens, Normuitleg grondslag ‘gerechtvaardigd belang’, maart 2020, p.2.
4 Rb. Midden-Nederland, 23 november 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:511, r.o. 15 en 21. 5 Conclusie A-G HvJEU, 27 januari 2017, nr. C-13/16, ECLI:EU:C:2017:43. r.o. 63-65.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Contact

Lübeckweg 2
9723 HE Groningen

050-2113424
hallo@privacy1.nl

Volg ons

Onze nieuwsbrief